Limburgs welvaartStation Maastricht

In 1949 kwam de elektrificatie van de spoorlijn Maastricht – Heerlen en Maastricht – Roermond gereed. 22 glas-in-loodramen in de stationshal van Maastricht vieren dit moment. Ze waren een geschenk van de gemeenten die aan de spoorlijn liggen. Het thema van de ramen is Limburgs Welvaart. Centraal bovenaan staan de twee personificaties Welvaart en Handel. Verder zijn de Nederlandse provinciewapens afgebeeld, het wapen van Maastricht en de wapens van 23 omliggende gemeentes. Zes van de twaalf wapens bevatten dichtregels. Samen vormen zij een gedicht. 

De ramen werden ontworpen door Charles Eyck. Ze vervingen de ramen die in de Tweede Wereldoorlog verloren gingen. Eyck maakte ook vier nieuwe glas-in-loodramen voor de rondboogvensters boven de deuren, met als thema Groet aan de reiziger. De oorspronkelijke ramen waren van de hand van Jan Schouten van Atelier 't Prinsenhof in Delft.

Overvloed en handel

Op de twee bovenste ramen middenin, staan twee figuren afgebeeld. Links staat een vrouwenfiguur in een klassiek gewaad. Het is een Romeinse godin, mogelijk Fortuna. Ze draagt een cornucopia: een hoorn waar fruit uit rolt. Het is een symbool van overvloed. Het raam rechts verbeeldt Mercurius: de Romeinse god van de handel. Hij is herkenbaar aan zijn helm met vleugels. Ook heeft hij vleugels aan zijn voeten. Mercurius draagt verder een staf met vleugels waarlangs twee slangen naar boven kronkelen, ook bekend als een caduceus.

Gemeentewapens

Op de acht smalle ramen boven de centrale entree, zijn 23 gemeentewapens afgebeeld. Onder ieder wapen bevindt zich de naam van de gemeente, geschreven met een zwierige zwarte schrijfletter op een banier. Alle wapens zijn gebrandschilderd met de officiële heraldische kleuren en beeltenissen. Rondom zijn florale motieven aangebracht: groene ranken met rode en bruine accenten.
De vier ramen aan de linkerzijde bevatten van linksboven naar rechtsonder respectievelijk de wapens van Sittard, Geleen en Beek; Roermond, Linne en Maastricht; Elslo, Geulle en Bunde; en een blanco wapenschild met tekst, Susteren en Nieuwstadt.
De vier ramen aan de rechterkant bevatten de wapens van Heerlen, Nuth en Voerendaal; Venlo, Weert en Baexem; Klimmen, Valkenburg en Meerssen; en Haelen, Maasniel en Kerkrade. In het blanco wapenschild staat de tekst: “By gelegenheid van de electrificatie der hoofdspoorlynen in Limburg werden op 12 mei 1949 deze ramen door de bevolking en bedrijfsgroepen aan de N.S. aangeboden”. In een lint eronder staat: “Vervaardigd door Charles Eyck Atelier “Flos” te Steyl. Mei 1949.”

Wapens van de provincies en Maastricht

In de twaalf grote ramen zijn, rond het wapen van Maastricht, de Nederlandse provinciewapens afgebeeld. Ze onderstrepen de rol van Maastricht als grensstation en poort tot Nederland. Alle wapens zijn gebrandschilderd met de officiële heraldische kleuren en beeltenissen. Rondom zijn florale motieven geschilderd: groene ranken met rode en bruine accenten. Ieder wapen wordt gedragen door een schilddrager. Deze vertegenwoordigt de provincie met attributen en in sommige gevallen ook met klederdracht. De schilddragers zijn statisch en expressieloos afgebeeld. De tekst op de banieren boven zes provinciewapens vormen tezamen een gedicht: “Wij moeten hetgeen wij Te doen hebben begrijpen Als een onmisbaar onder Deel van het geheel en Dankbaar aanvaarden Dat ons dit is opgedragen.”

In het linkerdeel van de gevel bevinden zich de provinciewapens van: Zuid-Holland (een schilddrager te midden van gekleurde tulpen, grachtenhuizen en een schip), Noord-Holland (een schilddrager te midden van een kaasmarkt, het paleis op de Dam in Amsterdam, laken en een tulp),  Zeeland (een schilddrager in Zeeuws kostuum te midden van een vuurtoren, een molen, een platbodem schelpen en vis) en Noord-Brabant (een schilddrager met een hooivork te midden van industrie, landbouw en paarden).
In het middendeel van de gevel zien we de wapens van: Limburg (een schilddrager met een mijnwerkershouweel te midden van industrie), Maastricht (een schilddrager met vleugels te midden van een historische stad), Utrecht (een schilddrager te midden van de Domtoren en bossen) en Gelderland (een schilddrager met een bijl op de schouder te midden van een edelhert en ander wild).
Tot slot zien we in het rechterdeel van de gevel de provinciewapens van Groningen (een schilddrager met een rode sjaal te midden van een platbodem, een ophaalbrug en zwartbont vee), Friesland (een schilddrager met een rode omslagdoek te midden van molens, vee, zeilschepen en een historische toren), Overijssel (een schilddrager te midden van een historische stad) en Drenthe (een schilddrager met een herdersstaf te midden van een kudde schapen en een dorp).

Charles Eyck

Charles Hubert (Charles) Eyck (1897-1983) was eerst werkzaam als plateelschilder bij de aardewerkfabriek Céramique in Maastricht. Hij studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten van Rotterdam en volgde de opleiding monumentale kunst van de Rijksacademie te Amsterdam. Hij werkte als wandschilder, glazenier en schilder. Eyck ontwikkelde een expressionistische stijl die hij tot 1940 hanteerde. Nadien verving hij zijn zwierige lijnen veelal door strakkere patronen. Mensfiguren gaf hij vaak een wat starre houding met maskerachtige gelaatstrekken. Zijn kunst bleef figuratief. In 1922 won Eyck de Prix de Rome. Na een kort verblijf in het buitenland keerde hij terug naar Maastricht en omgeving. Veel van zijn glaskunst bevindt zich in de provincies Limburg en Noord-Brabant. Zijn bekendste werk is het bevrijdingsglas in de Sint-Janskerk van Gouda (1947). Voor het Centraal Station in Utrecht maakte hij ter gelegenheid van 100 jaar spoorwegen een herdenkingsbeeld dat nu in het Spoorwegmuseum staat.

 

Bronnen

Haagsche Courant, 20 september 1939.
Arjen den Boer en Jan Klink, Glaskunst in Nederlandse stations, Spoorbeeld, 2014, pp. 56-57.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, p. 49, 118.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Maastricht, 2014.