Rode draden in de spoorkunst

Eindhoven_Mignot

Wie door de rijke kunstcollectie van het spoor struint, bemerkt al snel hoe divers deze is. Toch is de collectie verre van een ‘toevallige verzameling’. Een aantal karakteristieke thema’s loopt als rode draden door de collectie heen. Van de negentiende eeuw tot nu: in ieder decennium keren ze in meer of mindere mate terug. Samen geven de karakteristieke thema’s identiteit aan de kunstcollectie van het spoor. In dit artikel stellen we ze aan u voor.

Kunst en het spoor: ze horen bij elkaar. Al vanaf de bouw van het eerste station werd kunst ingezet om de ervaring van reizigers te verrijken. Zeker de spoorkathedralen uit de negentiende- en vroeg-twintigste-eeuw zijn exemplarische voorbeelden. Hier vormen kunst en architectuur vaak een geheel. Op andere plekken is het soms even zoeken. Maar wie goed kijkt, merkt dat op heel veel stations wat te ontdekken valt: van de eigentijdse OV-terminals tot de ‘gewone’ haltes ergens in het land.

De -vaak persoonlijke- inzet van opdrachtgevers, architecten en kunstenaars heeft in de loop der tijd een rijke en vooral ook diverse ‘stationskunstcollectie’ opgeleverd. Van tegeltableaus, wandschilderingen, glas-in-loodramen en beeldhouwwerk tot videokunst en multimediale installaties: werkelijk alles komt voorbij. En dat dan ook nog eens in vele stijlen en handschriften. Ondanks de verscheidenheid, kent de collectie een aantal duidelijke karakteristieken die eigen zijn voor de kunst op stations. Ze maken de cultuur van het spoor en de reis ervaarbaar. Ook getuigen ze van de publieke betekenis van het station. 

Spoorambacht

Zeker in de negentiende-eeuw stond de trein symbool voor een gloedvolle toekomst. Paardenkracht werd ingeruild voor de moderne stoommachine. Een optimistisch geloof in alles wat de nieuwe tijd zou brengen vierde hoogtij. De vooruitgang zou welvaart, vrede en voorspoed brengen, tenminste, dat was de belofte. Daarnaast brachten de spoorwegen nieuwe beroepen. Denk alleen al aan de stoker en de machinist. Voor de kunst was dit alles een belangrijke inspiratiebron. De waarden van de spoorwegen werden verbeeld door personificaties van snelheid, kracht en veiligheid. Ook de ‘spoorse beroepen’ keerden regelmatig terug. Hetzelfde gold voor typerende spoorsymboliek als het gevleugeld wiel en de haan: beide verwijzend naar Mercurius, de beschermheilige van de reiziger.

Reizen

Een ander terugkerend thema is – hoe kan het ook anders – het reizen an sich. Zeker in het eerste kwart van de twintigste eeuw hing er een zweem van romantiek rond de reis. Niet voor niets wordt deze periode, die grofweg duurde tot de grote depressie, ook wel aangeduid als The Golden Age of Travel. Kunst versterkte die ervaring en maakte het bezoek aan het station tot een ware belevenis. Het vierde het reizen met de trein, vaak vol verwijzingen naar verre bestemmingen die dankzij de trein dichterbij waren komen te liggen. Ook afgeleide thema’s zoals tijd en snelheid kwamen veelvuldig voor. Tegenwoordig is ‘reizen’ voor veel reizigers een vast onderdeel van het dagelijks leven. De romantiek van de reis en de verre bestemming wordt niet echt meer gevoeld. Al forenzend gaan we van A naar B en weer terug. Desondanks blijft de reis als thema een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars, al dan niet via afgeleide thema’s als wachten, haasten en ontmoeten. Mooie voorbeelden zijn de trekvogel die de reislust verbeeldt, afbeelding van aankomende en vertrekkende reizigers en – natuurlijk – de klok. Tijd is immers onlosmakelijk verbonden met het reizen.

Interactie

Inspireren en uitnodigen is een ander veelvuldig terugkerend thema. Hierbij speelt kunst in op de publieke waarde en betekenis van het station. Ook het spel met vaste rituelen die zo verbonden zijn met het reizen met de trein komt regelmatig terug. Zo wordt verbinding gezocht met de beleveniswereld van de reiziger. In veel gevallen gaat het om toegepaste kunst, bijvoorbeeld gekoppeld aan wachtplekken en meetingpoints.

Herdenken

De publieke betekenis maakt het station (en de stationsomgeving) automatisch ook tot een plek om te herdenken. Zo zijn op en rond stations kunstwerken te vinden die een markant moment uit de spoorgeschiedenis onder de aandacht brengen: van de elektrificatie van een spoorlijn tot het zoveel jarig bestaan van de spoorwegen of een ander jubileum. Daarnaast treffen we kunst aan die gericht is op bezinning, bewustwording en verdraagzaamheid. Veel van deze werken zijn van recente datum.

Het thema ‘herdenken’ speelt een hoofdrol in de periode na de Tweede Wereldoorlog. De oorlog had voor veel schade gezorgd, niet in de laatste plaats aan stations en emplacementen. Monumenten uit deze periode verwijzen naar de slachtoffers, de schade en de weggevoerde Joden. Daarnaast markeren ze ook het naoorlogs optimisme. Als een feniks herrijst het station en de omliggende stad uit de as: een nieuwe tijd van voorspoed dient zich aan.

Plek

Een andere karakteristiek van de kunst van het spoor is ‘de plek’. Kunst en decoratie wordt ingezet om ruimtes te duiden of van een bijzonder karakter te voorzien. Denk bijvoorbeeld aan het markeren van tunnels, entreepartijen en façades. Regelmatig maakt de kunst hier duidelijk welke functies de achterliggende ruimten hebben. In veel gevallen gaat het om een nauwe verweving van kunst en architectuur. De heldere, monumentale kunstwerken uit de jaren ‘80 en ’90 van de vorige eeuw – die bovendien het imago van de spoorwegen als moderne organisatie onderstreepten – zijn een goed voorbeeld van de karakteristiek ‘plek’. 

Verbinden

Het verbindende aspect van het station als poort tot de wereld is een andere spoorse karakteristiek. Vooral in de beginjaren van het spoor is het een veelvuldig gebruikt thema. Het verleidt de reiziger om de trein te nemen. Die trein zorgde voor snelle en comfortabele verbindingen. Vandaar dat veel stations verrijkt zijn met Nederlandse gemeente- en provinciewapens. Soms zijn de referenties ook internationaal. Want behalve snelle verbindingen binnen Nederland, werd het station ook beschouwd als een poort tot de wereld. Verre oorden en vreemde volkeren lagen dankzij de trein ineens een stuk dichterbij. Met verwijzingen naar andere volkeren en culturen is Amsterdam Centraal een prachtig voorbeeld. Hetzelfde geldt voor de grensstations van Roosendaal en Maastricht.

Veel stations bevatten verder verwijzingen naar de directe omgeving waarmee aankomende reizigers welkom worden geheten. Het kan dan gaan om een verbeelding van het stadswapen of de stedenmaagd. Daarnaast wordt regelmatig verwezen naar het eigene van de stad of de streek. Station Zandvoort is wat dat betreft kenmerkend met de vele verwijzingen naar duinen, zee en visserij. Voor Station ’s-Hertogenbosch geldt hetzelfde. Hier treft de oplettende reiziger diverse kunstwerken die verwijzen naar het Bossche carnaval.

Database

Meer zien en te weten komen over ‘de rode draden’ en de kunst van het spoor? Ontdek alles op het station en in de online-database op de Spoorbeeld website. Hier presenteert de kunst van het spoor zich volop. Daarbij hebben we voor het gemak bij alle beschrijvingen van de kunstwerken aangegeven wat het onderwerp is en welk thema herkenbaar is.