Overslaan en naar de inhoud gaan
Artikel

Programma uitbreiding sanitaire voorziening op stations krijgt vorm

Geplaatst op

Van systeemplafond naar chique voorziening

Sommige reizigers zullen het misschien als een lichte straf ervaren om op het station naar de wc te gaan. De RVS potten, de kale tegels en systeemplafonds: ze geven veel toiletvoorzieningen een niet-prettige uitstraling. Gelukkig duurt het niet lang meer voordat deze ‘toiletervaring’ tot het verleden behoort. Op veertig Nederlandse stations werkt ProRail hard aan de realisatie van nieuwe toiletvoorzieningen. Ze verschillen in alles van de ietwat armoedige sfeer van weleer. Ze zien er mooi en verzorgd uit. Chique zou je haast zeggen.

Sprinters zonder toilet

Een debat over wc’s, heel vaak zal het niet voorkomen in de Tweede Kamer. Toch is het tussen 2008 en 2010 regelmatig onderwerp van gesprek. Directe aanleiding: de aanschaf van nieuwe Sprintertreinen die niet langer beschikken over toiletvoorzieningen. Het leidt in het voorjaar van 2009 tot de motie Roemer. Deze stelt onder meer dat “een volledige toegankelijkheid van het spoor ook inhoudt dat treinen over een toilet beschikken”. Met de aanname van de motie Roemer, die in 2010 met de motie Bashir nog eens bekrachtigd wordt, starten het ministerie van IenM, ProRail en NS nog in hetzelfde jaar een onderzoek naar het oordeel van reizigers over de voorzieningen in de trein en de OV keten, waaronder ook de toiletten.

Het resultaat is niet verrassend. Natuurlijk vinden reizigers de aanwezigheid van goede sanitaire voorzieningen belangrijk: op de stations en zeker in de trein. Hierop wordt besloten alvast gerichte aandacht te schenken aan de voorzieningen op de stations. ProRail begint met een onderzoek naar de haalbaarheid en de kosten. Daarop volgt een opdracht van het rijk om veertig kleinere stations te voorzien van goede, nieuwe sanitaire voorzieningen. De opgave hangt samen met een bredere investering. Zo zullen naast de toiletvoorzieningen op stations per 2015 alle Intercity’s op het hoofdrailnet, al het nieuw te bestellen materieel en alle stoptreinen met meer dan een derde reizigers met een minimale reisduur van dertig minuten zijn voorzien van een toilet.

Zorgvuldige inpassing

Officieel draagt de realisatie van de toiletvoorzieningen op de veertig stations de naam ‘Programma uitbreiding sanitaire voorziening op stations’. Het is een bijzonder project. Niet alleen vanwege de omvang maar ook omdat het op een mooie manier de doorwerking van het Spoorbeeld laat zien. Binnen het programma gaat het niet alleen om het simpel plaatsen van wat toiletten. ProRail zet in op een kwaliteitsslag. Daaronder vallen een goede inpassing op de bestaande kwaliteit van het station en een al even goede aansluiting op de nieuwe stationsoutillage. Bij de inpassing gaat het om de ingreep zelf en om de bewegwijzering. Naast zaken als sociale veiligheid en toezicht zijn als vanzelfsprekend ook architectonische kwaliteit, gebruiksvriendelijkheid, ergonomie en MIVA-toegankelijkheid centrale thema’s.

Bureau Spoor­bouwmeester is een vroeg stadium betrokken geraakt bij het project. Met de inpassing van de voorziening als belangrijk aandachtspunt, is nadrukkelijk ook gekeken naar de kansen die de plaatsing van nieuwe toiletten kan bieden. Zo kunnen ze een oplossing bieden voor verouderde en/of leegstaande delen van het station. Ook kan het een impuls zijn voor de vervanging van oude puien en gevels door elementen met een hogere kwaliteit die bovendien beter aansluiten op de van een stationsgebouw. Tot slot is veel aandacht uitgegaan naar de locatiekeuze, alleen al vanuit het oogpunt van vandalismegevoeligheid, sociale veiligheid, comfort en gemak.

Generieke voorziening, specifiek ingepast

Het resultaat van het project is een zorgvuldig gedetailleerde toiletvoorziening, ontworpen door Hans van Heeswijk architecten. Uit het ontwerp spreekt veel aandacht voor de materialisatie. De grijze gietvloer en de matglazen wanden zorgen met een wandmeubel waarin alle voorzieningen ¬– van wasbak tot prullenbak – zijn opgenomen voor een mooie, haast chique uitstraling. Het meubel oogt huiselijk en ruimt letterlijk en figuurlijk op. De kwaliteit van het ontwerp en de materialisatie maakt het bovendien hufterproof. Iets wat armoedig oogt wordt namelijk sneller gesloopt dan iets waar duidelijk aandacht aan is besteed, zo blijkt uit ervaring. Verder is er een belangrijke rol voor het licht dat indirect langs de plafonds binnenkomt en voor een vriendelijke sfeer zorgt.

Het ontwerp voor de voorziening is van aard en kent een aantal varianten. Daardoor is het in principe overal te plaatsen. Waar het interieur overal gelijk is, past de voorziening zich aan de buitenkant wel aan. Zo wordt de entree per locatie steeds opnieuw ontworpen, aansluitend op de architectuur van het station. Hieruit spreekt duidelijk het Spoorbeeld: het van de voorziening gecombineerd met een inpassing binnen het stationsgebouw. Overigens is de deur hierbij aanzienlijk meer dan alleen ‘een stuk hout met een klink’. Een deurconsole stelt de gebruikers in staat met een mobiele telefoon zelf de deur te openen. De console zal de komende periode overigens nog verder ontwikkeld worden. Doel is een goede koppeling aan de stationskiosk of andere voorzieningen zodat de exploitant nog extra toezicht kan houden.

De eerste voorziening is inmiddels gerealiseerd op Station Alphen aan de Rijn dat als pilot diende voor het project. Hier is mooi te zien hoe de voorziening zich voegt binnen de bestaande stationsarchitectuur. De andere voorzieningen worden in de loop van 2014-2015 gerealiseerd. Als ze allemaal gereed zijn, is een nieuwe standaard gezet die als voorbeeld kan dienen voor toiletvoorzieningen op alle andere stations.

Even geduld aub, u wordt doorgestuurd naar de beeldenbank