Klaar voor vertrek, de Amsterdamse wachtkamers

Op het perronniveau telt het stationsgebouw van Cuypers diverse historische interieurs. De meeste  van deze ruimtes hebben nu een horecabestemming. Oorspronkelijk werden ze gebouwd als wachtkamers en restauraties. Dit waren belangrijke voorzieningen, want eind 19e eeuw waren reizigers om logistieke redenen ruim voor het vertrek van de trein aanwezig. Treinreizigers hielden hun bagage tijdens de reis niet bij zich. Deze werd apart vervoerd. Men gaf de bagage af bij de depots aan weerszijden van de hal en nam de trap richting de wachtkamers en de restauratie.

Amsterdam Centraal werd ontworpen door architect Pierre Cuypers (1827-1921) als een eigentijdse stadspoort. Basis voor het ontwerp was het grondplan van ingenieur A.J. Van Prehn. Hij maakte een analyse van de logistieke functies en ontwikkelde de plattegrond, afgestemd op de reizigersstroom en de voorzieningen die nodig waren om goed voorbereid op reis te gaan.

De decoratie van de gevel en het interieur zoals Pierre Cuypers ontwierp sloot aan bij de grondgedachte van Van Prehn: de rijkdom en de onderwerpen werden afgestemd op de routing door het gebouw, de functie van de ruimtes en de hiërarchie van de verschillende gebouwdelen.
De reizigers werden ontvangen in de stationshal. Deze werd door Cuypers vormgegeven als een voortzetting van de buitenruimte. De wandopbouw is vergelijkbaar met de buitengevels: onder een hardstenen plint, muren van schoon metselwerk, afgewisseld met speklagen van zandsteen. De gelijkenis met de buitengevel versterkt het karakter van de hal als een overdekt plein waar alle reizigers samenkwamen.
Vanaf de hal vervolgde iedere reiziger zijn weg afhankelijk van de rang op het treinkaartje: eerste, tweede of derde klasse. Reizigers konden via de trappen naar de wachtkamers. Aan de oostzijde lagen de wachtruimtes voor de eerste en tweede klasse, inclusief de bijbehorende restauratiegelegenheden. In de westvleugel was de wachtruimte derde klasse. Deze was ook van buitenaf toegankelijk zodat deze reizigers zich niet in de stationshal hoefden te mengen met de overige passagiers. In de wachtkamers hadden de reizigers zicht op de perrons zodat ze de trein aan konden zien komen.

Corridor

In de oostelijke vleugel leidt een corridor langs de verschillende wachtruimtes en restauraties. Op weg naar de eerste klasse wordt de gang steeds smaller. De verschillende ruimtes worden boven de deuren aangeduid met opschriften -spreuken of gedichten - in geschilderde neorenaissance cartouches. De dichtregels zijn opgesteld door Jozeph Alberdingk Thijm (1820-1889): een invloedrijk kunstcriticus en hoogleraar in de esthetiek en kunstgeschiedenis aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Ook elders in het station zijn dichtregels van Alberdingk Thijm terug te vinden.
De corridor bevat ook diverse muurschilderingen op de wanden en boven de onderdoorgangen. Tijdens de restauratie in 2015 kwamen ze weer tevoorschijn nadat het pleisterwerk dat eind twintigste eeuw was aangebracht werd verwijderd. Enkele schilderingen verbeelden serveersters. Op de onderdoorgang is aan de ene zijde een wereldbol met drie putti geschilderd, en aan de andere zijde een fantasievoertuig, een triomfwagen voorzien van de vleugels van Mercurius. Bij beide schilderingen herinnert een spreuk aan het voorbij vliegen van de tijd en waarschuwt de lezer deze goed te benutten.

Restaurant eerste klasse

Het interieur van de voormalige restaurant eerste klasse is rijk gedecoreerd. Op de wand boven het originele houten buffet zijn twee schilden geschilderd. De symbolische schilderingen staan voor ‘matigheid’ en sluiten aan op het moralizerend advies dat Jozeph Alberdink Thijm liet aanbrengen boven de toegang tot de corridor.

Wachtkamer tweede klasse met buffet

Het interieur van de aanpalende (voormalige) wachtruimte tweede klas telt drie deurstukken. Ieder deurstuk bestaat uit twee taferelen die van elkaar gescheiden worden door een bloemstilleven. Boven de twee deuren naar de corridor zijn de seizoenen verbeeld. Boven de zijdeur is een schildering aangebracht naar een fabel van Aesopus: ‘De vos en de ooievaar’, met als moraal: doe een ander niet aan wat je zelf niet wilt overkomen.

Damesvertrek

Tussen het restaurant eerste klasse en de wachtkamer tweede klasse ligt aan pleinzijde een kleine zaal, aangeduid als eetkamer, die oorspronkelijk fungeerde als damesvertrek. De wanden zijn uitbundig beschilderd met vogels, planten en vruchten.

Wachtkamer eerste klasse

De wachtkamer eerste klasse bevat een geschilderd deurstuk. Het toont de mythologische prinses Europa op de stier. Boven aan de wand is in gouden gotische letters een spreuk geschilderd.

Ververschingen en wachtkamer derde klas

De oorspronkelijke schilderingen in de wachtruimtes voor de derde klasse zijn aan het oog onttrokken  en mogelijk verloren gegaan, maar het is wel bekend waaruit de decoratie bestond. Er was een ruimte met buffet (Ververschingen) en een wachtkamer voor vrouwen en reizigers die niet roken. Net als in de andere wachtruimtes waren ook hier moralistische spreuken op de wanden geschilderd die aanzetten tot hard werken en gematigdheid. Daarnaast waren er spoorkaarten en een plattegrond van de stad Amsterdam met een onderschrift van Vondel op de wanden geschilderd. Bij een recente restauratie is in de wachtkamer de eerste dichtregel van Bericht aan de reizigers van Jan van Nijlen uit 1935 aangebracht.

Cuypers regisseerde het decoratieprogramma tot in detail. Bij de keus voor het decoratieprogramma kreeg hij advies van zijn zwager Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en Victor De Stuers (1843-1916). Beide waren vertegenwoordigers van een internationale beweging die invloeden uit de middeleeuwse cultuur en bouwkunst vertaalde naar ‘de nieuwe tijd’. Schrijver/dichter Alberdingk Thijm (1820-1889) had grote kennis van de Middeleeuwse cultuur en van iconografie. Hij schreef bovendien de dichtregels en moralistische boodschappen die op veel plekken in (en op) het gebouw terug te vinden zijn. De Stuers was een invloedrijk (katholiek) politicus, ambtenaar en advocaat, en grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg.

De schilderingen werden ontworpen door de Oostenrijkse schilder Georg Sturm (1855-1923). Hij maakte de kartons die als voorbeeld dienden voor de daadwerkelijke realisatie. De schilderingen werden aangebracht door decoratieschilders. J. Visser jr. (1856-1938) voerde de werken in de corridors uit. Daarnaast waren mogelijk decoratieschilders van het atelier van Gerrit Hendrik Heinen (1851-1930) betrokken.

In 1889 werd het Centraalstation uitvoerig beschreven in het Algemeen Handelsblad. Nadat het complete decoratieprogramma aan bod is geweest en nog enkele aanmerkingen zijn geplaatst bij de matige betimmering, de steenverkleuring en ruwe plaatsing van de bebording, sluit het af met:  “Op deze en talrijke andere bijzonderheden heeft dr. Cuypers ook door deze schepping van zijn rijp talent weer openlijk de aandacht gevestigd. Als zoodanig zal het station, dagelijks door duizenden bezocht, zeker krachtig medewerken aan de kunstopvoeding van ons volk; want al moge een bevoegd beoordeelaar aanmerkingen en grieven, ja rechtmatige aanmerkingen en grieven hebben, geen werk is volmaakt. Juist de meest bevoegde zal dan ook het eerst erkennen, dat men hier niet voor een alledaagsch bouwwerk staat, maar voor de weldoordachte schepping eens kunstenaars, waaraan hij met hart en ziel heeft gearbeid en die tot in de kleinste bijzonderheden de sporen draagt van eerbied en toewijding.”

Bronnen:

H. Romers, Spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938, 1981, pp. 156-161.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 26-27.
De Sluitsteen. Jaarboek, 14 (1998) pp. 52-60.
Algemeen Handelsblad. Nieuwe Amsterdamsche Courant, Het CentraalStation, 12 oktober 1889.
TAK architecten, Cultuurhistorische waardestelling station Amsterdam Centraal, 2015.
A. Oxenaar, Centraal Station. Het paleis voor de reiziger, 1989.