Een dag met kunsthistorica Judith Kuiperí

Selfie van Judith Kuiperí

Soms voelt kunsthistorica Judith Kuipéri zich net Miss Marple, nieuwsgierig speurend naar een aanwijzing of een verborgen ‘bewijs’. Dan staat ze ineens sigarettenpeuken uit een hoekje te vegen. Of ze sjouwt twintig fietsen weg die haar het zicht ontnemen. Want wie weet wat achter die peuken en tweewielers schuilgaat… Dat atypische gedrag valt natuurlijk op, zeker op een station. “Wat fotografeert u daar? Wat bent u aan het doen?”, vragen veel reizigers.

Gelukkig heeft Kuipéri’s atypische gedrag niks te maken met moord of doodslag. In het geheel niet zelfs. Sinds juli dit jaar reist ze in opdracht van Bureau Spoor­bouwmeester langs een groot aantal Nederlandse stations. Daar brengt ze alle bestaande kunstwerken in kaart. Om sommige kun je niet heen: van de enorme wandschilderingen op Amsterdam Amstel tot de Koninklijke Wachtkamers op Hollands Spoor. Maar er is zo veel meer: van ‘een kwetsbaar pastelletje’ tot kleurig glas-in-lood, van autonoom tot toegepast, van oud tot nieuw en van groot tot klein.

Kuipéri’s inventarisatie vindt niet zomaar plaats. De vele kunsttoepassingen zijn onderdeel van de rijke geschiedenis van het Spoor. Ze bepalen mede de kwaliteit en de beleving van de reis. Daar moeten we zuinig op zijn, vinden ProRail, NS, Bureau Spoor­bouwmeester en Kunstcommissie waarbinnen de drie genoemde partners participeren. Goed beheer is van belang. Dat kan natuurlijk het best wanneer we eerst weten waarmee die schatkamer precies gevuld is.

Veel kunst op stations is natuurlijk ooit weleens beschreven. Toch stuit Kuipéri van tijd tot tijd op ‘nieuwe’ vondsten. Zo ontdekte ze dat architect Van Heukelom zowel in het station van Maastricht als dat van Roosendaal de twaalf tekens van de dierenriem verwerkte. Momenteel vallen ze nauwelijks op. Niet gek, want ze zijn deels afgetimmerd. Ook kwam ze in Nijmegen een muuranker tegen met een vliegend wiel. Dat was bij haar weten nooit eerder beschreven.

Stapt ze nou sinds juli iedere dag lukraak in de trein voor een volgend setje stations? Nou nee. Aan iedere etappe gaat veel research vooraf. Bij elk station weet ze precies wat ze gaat doen. Ze zoekt, kijkt rond, meet op, maakt foto’s en laat zich graag verrassen door een muuranker of een dierenriem dat tijdens haar vooronderzoek niet naar voren kwam. Op een goede dag ‘doet’ ze negen stations. Natuurlijk alles met de trein.

De reis langs de stations is in zekere zin ook een reis door de tijd: van het uit 1853 stammende station van Valkenburg tot de nieuwste NSP-terminals. Iedere periode kent z’n eigen uitingen: van de negentiende-eeuwse spoorkathedralen waar kunst en architectuur vloeiend in elkaar overgaan en de inmiddels zeldzame spoorbielzenkunst uit de jaren zeventig van Nanno Benninga tot de voor veel reizigers bekende Wolk van John Körmeling op de NSP-stations.

Inmiddels is Kuipéri bijna klaar. Als ze na haar laatste etappe uit de trein stapt, heeft ze 145 stations en 520 schouwingen achter de rug. Dan begint het echte werk. Want na de inventarisatie volgt het duiden en beschrijven van alles dat de toetst der kritiek heeft doorstaan. Het lijkt erop dat het om circa 350 kunstwerken gaat, verdeeld over 120 locaties. En wanneer ook dat achter de rug is, ligt er een mooie basis op grond waarvan ProRail en NS het beheer en onderhoud goed kunnen gaan organiseren.

Maar er is meer. Het idee is om de informatie over de enorme collectie ook te ontsluiten voor het publiek. Zo komt er een publicatie en worden de kunstwerken beschreven op de Spoorbeeld website. Daarmee ligt er niet alleen een inspirerende basis voor goed beheer, ook is het een uitnodiging om de bestaande collectie te blijven verrijken met nieuwe kunstwerken: eigentijds en geïnspireerd op de bijzondere wereld van het spoor.