Gevleugeld wiel op de nokkenStation Amsterdam Centraal

De muur aan de westelijke zijde van station Amsterdam Centraal bevat gemetselde torens en kantelen. Ze versterken de suggestie van het stationsgebouw als stads- en triomfpoort. Op de kopse kanten van de zuidelijke perronkap is bovenin een groot sculptuur van een gevleugeld wiel aangebracht. Vanaf 1889 tot ongeveer 1930 heeft dit beeldmerk de nok gesierd. Het werd in 2005 opnieuw geplaatst. Het exemplaar dat hier voor de restauratie stond, maakt nu deel uit van de collectie van het Spoorwegmuseum in Utrecht. Het is een treinwiel dat wordt geflankeerd door twee gouden vleugels. 

Het gevleugelde wiel of rad, het oude internationale logo van de spoorwegen, komt veel terug in de decoratie van stations, en in allerlei kunstvormen. Het is als sculptuur aan de voorgevel van het in Leeuwarden (1904) te vinden, maar ook aan de gevel van de stations in Groningen (1893), Roosendaal (1907) en op het oudste station van Nederland: Valkenburg (1853). En van recentere datum in de vertaling ervan in de vorm van een + en een - van Jan van Munster (1988) in Zwolle.
Symbolen zoals het gevleugelde wiel en ook personificaties werden overgenomen uit beroemde voorbeeldboekwerken voor kunstenaars, met beschrijvingen en regels voor het afbeelden van verschillende onderwerpen. Het beroemdste voorbeeldboek is de Iconologia van Ripa, daterend uit 1644 en in het Nederlands vertaald. Daarin staat bijvoorbeeld hoe ‘vrede’ afgebeeld diende te worden: gepersonifieerd door een dame, want het woord is vrouwelijk. Voor het spoorambacht werd deze iconografie verder aangepast en uitgebreid. Het wiel is een eigentijdse samenvoeging van bestaande verwijzingen. Het rad verwees al naar de toekomst. Het gevleugelde rad was een attribuut voor de moderne tijd. De twee vleugels die het treinwiel flankeren zijn de vleugels van Mercurius, de Romeinse god van de handel en de reiziger. In de klassieke iconografie wordt de wagen van Mercurius ook wel met gevleugelde wielen afgebeeld.

Bronnen

W. Van Leeuwen en H. Romers (1988) Spoor van verbeelding, De Walburg Pers. p. 36-39.
www.buitenbeeldinbeeld.nl.