Gevleugeld wiel op de gevelStation Den Haag HS

Boven de klok in de topgevel is een natuurstenen reliëf aangebracht met een gevleugeld wiel en bliksemschichten. Het werd gemaakt door Emil van den Bossche.

Het gevleugelde wiel is een terugkerend thema op de stationsgebouwen. Het is het oude internationale symbool van de spoorwegen. Zo prijkt het aan weerszijden op de zuidelijke stoomkap van Amsterdam Centraal - goed te zien voor de reizigers die met de trein aankomen of de stad verlaten. Het gevleugeld wiel of rad komt terug in allerlei kunstvormen, bijvoorbeeld als sculptuur aan de voorgevel van het in Leeuwarden (1904) en aan de gevel van de stations in Groningen (1893), Roosendaal (1907) en op het oudste station van Nederland: Valkenburg (1853). En van recentere datum in de vertaling ervan in de vorm van een + en een - van Jan van Munster (1988) in Zwolle.
Symbolen zoals het gevleugelde wiel en ook personificaties werden overgenomen uit beroemde voorbeeldboekwerken voor kunstenaars, vol met beschrijvingen en regels voor het afbeelden van verschillende onderwerpen. Het beroemdste voorbeeldboek is de ‘Iconologia’ van Ripa, daterend uit 1644 en in het Nederlands vertaald. Daarin staat bijvoorbeeld hoe ‘vrede’ afgebeeld diende te worden: gepersonifieerd door een dame, want het woord is vrouwelijk. Voor het spoorambacht werd deze iconografie verder aangepast en uitgebreid.  Het wiel is een eigentijdse samenvoeging van bestaande verwijzingen. Het rad verwees al naar de toekomst. Het gevleugelde rad was een attribuut voor de moderne tijd. De twee vleugels die het treinwiel flankeren zijn de vleugels van Mercurius, de Romeinse god van de handel en de reiziger. In de klassieke iconografie wordt de wagen van Mercurius ook wel met gevleugelde wielen afgebeeld.

De van oorsprong Belgische beeldhouwer Pierre Elysée (Emil) Van den Bossche (1849-1921) was opgeleid aan de École des Beaux Arts in Brussel. Van den Bossche kwam naar Nederland als assistent van de eveneens Belgische beeldhouwer Eduard Colinet die doceerde aan de kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam. Van den Bossche maakte veel beeldhouwwerk voor kerken, waaronder de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Hij werkte vaker voor de spoorwegen, onder meer in Vlissingen en 's-Hertogenbosch. In 1893 richtte hij samen met Willem Crevels het Atelier Van den Bossche en Crevels op. Dit atelier vervaardigde onder andere het beeldhouwwerk op de Gouden Koets.

 

Bronnen
W. Van Leeuwen en H. Romers (1988) Spoor van verbeelding, De Walburg Pers. p. 36-39

 

 

 

 

Bronnen