Gelede pagodeStation Lelystad Centrum

In de jaren ’80 realiseerde architect Peter Kilsdonk een aantal stations, waaronder die van Lelystad en Almere. Ze kenmerken zich door hun uitgesproken kleur, vorm en perronoverkapping. Deze overkapping is opgebouwd uit het destijds populaire Mero-systeem: een constructie van stalen buizen en bollen die samen het dak dragen. Binnen het ontwerp bracht van Kilsdonk een duidelijk waarneembaar onderscheid aan tussen de benedenverdieping en de hoger gelegen perrons. De stationshal en de reizigerspassage op de benedenverdieping zijn laag en sober uitgevoerd. De architectuur op de verdieping is meer uitgesproken. Gebouwdelen zijn uitgevoerd in heldere signaalkleuren die verwijzen naar de functie.

Gelede pagode

In de vide van het trappenhuis van station Lelystad staat een pijlvormig kunstwerk van gelakt cortenstaal. Het elf meter hoge werk steekt vanaf de begane grond omhoog: door de bovenliggende etage en tot in de perronkap. Het geheel bestaat uit twee contrasterende lagen. Onderaan zien we een scheluw constructie op een vierkant grondvlak. De ribben hebben gegolfde contouren. Het tweede deel daarboven betreft een langgerekte piramide opgebouwd uit strakke ribben. De piramide staat op een vierkant grondvlak dat als een gesloten plaat tussen de twee delen van het object ligt. Bovenaan kruisen de samengestelde ribben elkaar. Ze eindigen in een punt zoals bij een traditionele tipi. Het object is grijs geschilderd. De buitenste ribben van de piramide zijn lichtpaars van kleur.

De kunstenaar, Jan Jacobs Mulder, noemde het werk Gelede pagode. Een pagode is een bouwvorm die vaak bestemd is voor oosterse tempelbouw. Die gebouwen worden geassocieerd met rituelen, meditatie en rust. De pagode is in alles een contrast met de stationsomgeving die zich kenmerkt door haast, vluchtigheid en drukte. Zowel in vorm als kleur zocht Mulder naar contrast met de architectuur. Zo spiegelde hij met zijn werk de tweedeling van het stationsgebouw: golvend onder en strak boven. Voorts staat het lichtpaars van het werk lijnrecht tegenover de signaalkleuren van de architectuur. Door de positionering in het trappenhuis en de hoogte, vormt het werk ondertussen een verbindende schakel tussen de twee verdiepingen.

Het kunstwerk werd vervaardigd in het kader van de procentregeling die in 1981 werd ingesteld door de NS. De regeling bepaalde dat een procent van de bouwsom ten goede diende te komen aan kunst of decoratieve aankleding van het gebouw of de nabije omgeving. De architect van het station, Peter Kilsdonk, benaderde Jan Jacobs Mulder.

Jan Jacobs Mulder

Jan Jacobs Mulder (1940) genoot zijn opleiding aan de Rijksnormaalschool voor Tekenleraren Amsterdam, aanvankelijk op de afdeling schilderen en later beeldhouwkunst. Hij werkte als docent aan de Academie van Bouwkunst in Arnhem. Hij voerde talrijke opdrachten uit in de openbare en semi-openbare ruimte. Zijn werk is te vinden bij het golfterrein in Spaarnwoude (2004), bij het ziekenhuis in Almelo (Twee handen, 2011) en in Hoorn (The lions jump, 2005). In 1989 maakte Mulder voor het stationsplein in Assen het werk Aarde, Water, Huis in opdracht van de gemeente Assen en NS. Dit werk is in 2014, in voorbereiding van de verbouwing van het station, verwijderd van het plein. De mogelijkheden voor herplaatsing worden onderzocht.

Bronnen

W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding, 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, Zutphen, 1988, pp. 70-73, 117.
www.janjacobsmulder.nl, geraadpleegd op 24 mei 2018.
www.flevolanderfgoed.nl, geraadpleegd op 24 mei 2018.