De vos en de ooievaarStation Amsterdam Centraal

Het interieur van de voormalige 'Wachtruimte tweede klasse met buffet' - telt drie deurstukken. Ieder deurstuk bestaat uit twee taferelen die van elkaar gescheiden worden door een bloemstilleven. Boven de twee deuren naar de corridor zijn de seizoenen verbeeld.

Boven de zijdeur is een schildering aangebracht naar een fabel van Aesopus: De vos en de ooievaar. Links is de vos afgebeeld. Hij likt het bord leeg en de ooievaar moet toekijken. In het midden prijkt een bloemstilleven. Rechts daarvan is de ooievaar een vaas aan het leegeten. De vos heeft zijn poten op de vaas gezet: hij kan niet eten, maar moet toekijken.

In de fabel nodigde de vos de ooievaar uit voor een diner. Om de ooievaar te kwellen, gaf de vos de vogel een bord soep te eten. De vos likte het bord smakelijk leeg. Het lukte de ooievaar maar niet om met zijn snavel de soep te eten. Dit tot leedvermaak van de vos. De ooievaar bleef kalm maar bezon zich op wraak. Na enige tijd nodigde hij de vos uit voor een diner. Hij diende vis op in een smalle kan. De ooievaar at het op en de vos kon alleen maar toekijken en de geur van de maaltijd opsnuiven. De moraal van de fabel luidt: doe een ander niet aan wat je zelf niet wilt overkomen.

Pierre Cuypers en Alberdink Thijm plaatsten deze schildering niet voor niets boven de deur die leidde naar de keuken. Het moest het personeel er aan herinneren dat een slechte gastheer zelf als gast ook slecht behandeld zal worden.

Ook in het Koninklijk Paviljoen van Amsterdam Centraal is een wandschildering van een fabel in de traditie van Aesopus: over de vos, de haan en de kippen.

Cuypers regisseerde het decoratieprogramma tot in detail. Bij de keus voor het decoratieprogramma kreeg hij advies van zijn zwager Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en Victor De Stuers (1843-1916). Beide waren vertegenwoordigers van een internationale beweging die invloeden uit de middeleeuwse cultuur en bouwkunst vertaalde naar ‘de nieuwe tijd’. Schrijver/dichter Alberdingk Thijm (1820-1889) had grote kennis van de Middeleeuwse cultuur en van iconografie. Hij schreef bovendien de dichtregels en moralistische boodschappen die op veel plekken in (en op) het gebouw terug te vinden zijn.

De schilderingen werden ontworpen door de Oostenrijkse schilder Georg Sturm (1855-1923). Hij maakte de kartons die als voorbeeld dienden voor de daadwerkelijke realisatie. De schilderingen werden aangebracht door decoratieschilders. Jan Visser jr. (1856-1938) voerde de werken in de corridors uit. Daarnaast waren mogelijk decoratieschilders van het atelier van Gerrit Hendrik Heinen (1851-1930) betrokken.