De seizoenenStation Amsterdam Centraal

Herfst en Winter

Het interieur van de voormalige wachtruimte tweede klas met buffet telt drie deurstukken. Ieder deurstuk bestaat uit twee taferelen die van elkaar gescheiden worden door een bloemstilleven.

Boven de twee deuren naar de corridor zijn de seizoenen verbeeld. Van links naar rechts zien we Lente, Zomer, Herfst en Winter. Lente presenteert zich als een kind spelend op een blaasinstrument. Ze wordt omringd door een boom met bloesem en een vogelnestje. Zomer presenteert zich als een kind met bloemen en vlinders en Herfst als een kind dat druiven plukt. Het ‘Winterkind’ zit in de sneeuw en heeft een mantel om zich heengeslagen.
Dit thema is ook en uitgebreider uitgewerkt in een vierluik in het trappenhuis van het koninklijk paviljoen.

Boven de zijdeur is een derde schildering aangebracht, naar een fabel van Aesopus: ‘De vos en de ooievaar’.

Cuypers regisseerde het decoratieprogramma tot in detail. Bij de keus voor het decoratieprogramma kreeg hij advies van zijn zwager Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en Victor De Stuers (1843-1916). Beide waren vertegenwoordigers van een internationale beweging die invloeden uit de middeleeuwse cultuur en bouwkunst vertaalde naar ‘de nieuwe tijd’.

De schilderingen werden ontworpen door de Oostenrijkse schilder Georg Sturm (1855-1923). Hij maakte de kartons die als voorbeeld dienden voor de daadwerkelijke realisatie. De schilderingen werden aangebracht door decoratieschilders. J. Visser jr. (1856-1938) voerde de werken in de corridors uit. Daarnaast waren decoratieschilders van het atelier van Gerrit Hendrik Heinen (1851-1930) betrokken.