CarnavalStation 's-Hertogenbosch

Oeteldonk Centroal

Het station van ’s-Hertogenbosch speelt een cruciale rol bij de carnavalsviering in de stad. Traditiegetrouw komt de vorst van het carnaval in 's-Hertogenbosch niet uit de stad zelf. Hij arriveert jaarlijks per trein op het station, dat voor de gelegenheid wordt omgedoopt tot Oeteldonk  Centroal. Dat gebeurt op de zondag voor carnaval om 11:11 uur. Diverse kunstwerken op en nabij het station refereren hieraan, zoals een bronzen stapsteen op het eerste perron en een klein bronzen beeldje van de legendarische carnavalsvorst Prins Amadeiro XVI. Ieder jaar wordt door de gearriveerde vorst een krans van boerenkool om het beeldje gehangen. Het beeldje is gemaakt door Jo Uiterwaal en werd onthuld op 10 november 1961.

Personificatie van Carnaval

Het bronzen beeldje van Prins Amadeiro XVI is niet het enige carnavalsbeeld van Jo Uiterwaal op station ’s-Hertogenbosch. Zo maakte hij in 1952 een personificatie van Carnaval als onderdeel van het stationsgebouw van Van Ravesteyn. Het stond hoog op de voorgevel. Dit verklaart waarom het gelaat van de mansfiguur enigszins omlaag gericht is. Het beeld stelt een anoniem mansfiguur voor. Hij is halfontbloot en draagt op zijn heupen een klassiek gewaad dat door een speld onder zijn navel bijeen wordt gehouden. Het is een klassieke schijffibula: een spel met een rond kop met zes noppen. Over zijn rechterhand zijn de slippen van zijn gewaad geslagen. De kleding en de pose doen denken aan de senatorenbeelden uit de klassieke oudheid. In zijn linkerhand houdt de man een masker. Aan zijn voeten staat het wapen van ’s-Hertogenbosch. Het kroontje bovenop het wapen staat enigszins scheef. 

In 1952 herstelde architect Sybold van Ravesteyn diverse stationsgebouwen in het zuiden van ons land. Zo ook het station van ’s-Hertogenbosch. Het gebouw werd zoals zo veel van zijn stations verrijkt met beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal. Het merendeel van de beelden die Uiterwaal maakte zijn uit chamotteklei gebakken. De personificatie van Carnaval is, net zoals de beelden bij station Nijmegen, gehakt uit zandsteen. Na de afbraak van het station van Van Ravesteyn stond het beeld enige tijd op een betonnen constructie van een poort boven de bushaltes; haaks op het stationsgebouw. In 2014 is het beeld verplaatst naar het parkje op de Stationsweg die het centrum verbindt met station ’s-Hertogenbosch.

Jo Uiterwaal

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij leerde beeldhouwen als leerling van de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij de moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratieve stijl. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking had Van Ravesteyn nadrukkelijk de leidende rol: hij bepaalde waar welk beeld binnen zijn architectuur moest komen. 

Rond 1928-29 maakte Jo Uiterwaal een serie beelden, getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas van ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Zijn commerciële werk was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. 

 

Bronnen

www.vanderkrogt.net, op 10 april 2018.
www.bossche-encyclopedie.nl, op 10 april 2018.
De Tijd De Maasbode, 13 november 1961.
www.bastionoranje.nl