Opgebroken logo

Restauratie Station Eindhoven: een lichtend voorbeeld

Gepimpt als OV-machine maar met de charme van een oude Solex 

Het oudste station van de lichtstad ziet er na een ingrijpende update en renovatie weer fantastisch uit en kan weer jaren mee. Dat resultaat is niet ongemerkt gebleven. Afgelopen november sleepte het Collectie-station twee prijzen in de wacht. ProRail, NS en de gemeente Eindhoven ontvingen de Henri van Abbeprijs voor de renovatie. En met hun interieurontwerp voor De Restauratie – de brasserie op de etage van de Zuidhal, met prachtig uitzicht over de stad – won Studio Linse een Entree Award Beste Restaurant Design.   

“Het [ver]nieuw[d]e station Eindhoven is een voorbeeld geworden van zinvolle, eigentijdse herbestemming. Een oud gebouw werd niet gezien als sta-in-de-weg, maar als een kans om het bestaande station te verrijken.” Met deze quote in het Eindhovens Dagblad maakte Marc van Abbe van de Henri van Abbestichting – zelfbenoemd erfgoedwaakhond van Eindhoven en initiatiefnemer achter de prijs – kraakhelder wat er zo bijzonder is aan de renovatie van Station Eindhoven. De essentie: de betrokken (opdrachtgevende) partijen NS, ProRail en de gemeente Eindhoven, en zeker ook de ontwerpers omarmden het Rijksmonument: een ontwerp van Koen van der Gaast uit 1956.   

Eindhoven is onderdeel van De Collectie: vijftig markante stationsgebouwen die samen de cultuurhistorische waarde van het spoor illustreren. “Volgend uit het eigen beleid, wilde NS station Eindhoven al zorgvuldig aanpakken,” vertelt Miguel Loos, die vanaf het begin als adviseur van Bureau Spoor­bouwmeester betrokken was. Ook het besef dat hier specifieke vakkennis nodig was, drong snel door. Zo’n naoorlogs monument is immers echt wat anders dan een negentiende-eeuwse spoorkathedraal.  Het vergt ander principes, andere technieken en een andere vormgevingstaal. Waar Amsterdam Centraal het moet hebben van de rijke decoraties, zit de kwaliteit in Eindhoven in het licht, de en het ruimtelijke overzicht. “Juist daarom hebben we samen met NS naar een bekwame restauratiearchitect gezocht,” stelt Loos.  

Met trots waarde toevoegen  

Ook de gemeentelijke Welstandscommissie stelde hoge eisen. Ze zetten in op de sloop van de winkelunits die in de loop der jaren een plek hadden gekregen in de hal. NS zag daarvan de meerwaarde en ging mee met de wensen. Insteek werd om de oorspronkelijke afmetingen van de hal zoveel mogelijk terug te brengen. Dat betekende dat een nieuwe plek gevonden moest worden voor de retailformules. Zij zitten nu in nieuwe paviljoens aan de zijkant van het gebouw en in de nieuwe passage. 

Zorgvuldigheid en doorgronden van de oorspronkelijke uitgangspunten van het ontwerp, was essentieel om tot het resultaat te komen. Bureau Spoor­bouwmeester was al vroeg betrokken. “Vanuit het bureau hebben we ons sterk gemaakt voor het integraal aanvliegen van de opgave. Trots, eigenaarschap en het toevoegen van waarde waren belangrijke thema’s in onze gesprekken. Vanuit deze houding werd het mogelijk om overal een hoge kwaliteit te realiseren: puur door in te zetten op samenhang en het oorspronkelijke ontwerp als leidraad en inspiratie te gebruiken bij de vernieuwing.”  

De totale aanpak van Station Eindhoven omvatte veel meer dan alleen de renovatie van de Zuidhal. Zo werkte ProRail samen met Arcadis aan de aanleg van een nieuwe bredere reizigerstunnel. Ook de oude passage werd aangepakt en verfraaid met een negentig meter lang lichtkunstwerk van Studio Roosegaarde. Waar de brede nieuwe tunnel nu volop ruimte biedt aan reizigersstromen, winkels en voorzieningen, is de oude passage omgevormd tot een rustige verblijfs- en doorgangsruimte op het station. Verder werden de bestaande kunstwerken in oude luister hersteld: van het veelkleurige glasraam van Lex Horn tot een gebeeldhouwd fries van Willy Mignot.  

Diverse opdrachtgevers en ontwerpers zijn actief geweest binnen de renovatie: NS en TAK bij de Stationshal, ProRail en Arcadis bij de passages en Albron en Studio Linse bij De Restauratie. “Eigenlijk zie je dat nergens”, stelt Loos. “Alles gaat vanzelfsprekend in elkaar over: de reiziger ziet één geheel. Ook is nergens zichtbaar dat het gebouw technisch een metamorfose heeft ondergaan. Alle techniek – van verwarming, verlichting tot luchtbehandeling – is zo verwerkt dat het de monumentale naoorlogse sfeer niet in de weg zit.” 

Kennis van het ontwerp maakt het opdrachtgeverschap beter  

Stefanie Weser van TAK architecten is al even blij met het resultaat: “De disciplines grijpen mooi in elkaar: architectuur, licht, kunst en kleur. Vaak zit dat in de finesses. Zo was het heel prettig dat we met NS naar de gehele kleurstelling hebben kunnen kijken. Dit met dank aan de Stichting Restauratie Atelier Limburg. Zij brachten alle kleuren van het (oude) station in kaart. Dit heeft echt voor meerwaarde gezorgd. De opstelling van de opdrachtgever hebben we erg gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Bureau Spoor­bouwmeester. Ze hebben kritisch meegedacht. Daarbij hebben we enorm geprofiteerd van de specialistische kennis op het vlak van stations. Wat werkt wel? Wat werkt niet? Hoe kwetsbaar mag een materiaal zijn? “Samen hebben we het niveau van de architectuur zo hoog mogelijk proberen te krijgen. Dan helpt het dat je aan de kant van de opdrachtgever met ‘vakgenoten’ spreekt. Juist de kennis van het ontwerp maakt het opdrachtgeverschap beter, merkten we”, aldus Weser.  

Ook bij Tinka Heinzel van Studio Linse, die in opdracht van Albron het ontwerp van Café & Brasserie De Restauratie verzorgde, is het verhaal positief. “We wilden er samen iets moois van maken. Eigenlijk lag dat ook erg voor de hand. Het is zo’n prachtig gebouw: de grote glazen puien, de detaillering, de kroonluchters en de strakke lijnen en kolommen. Daar kwam de inspiratie eigenlijk vanzelf. We hebben ervoor gekozen om het interieur eigentijds te maken, maar met een hele dikke knipoog naar de jaren ’50. Om recht te doen aan het monument, raken we het gebouw nergens. Alles komt ‘vanuit de grond’: ingetogen en passend bij het ontwerp van Van der Gaast.”   

Een lichtend voorbeeld  

Miguel Loos van Bureau Spoor­bouwmeester hoopt (en verwacht) dat Eindhoven een trendsetter kan worden. Vijftien jaar geleden kregen dit soort naoorlogse stations nog niet de waardering die ze verdienen. Tegenwoordig worden ze door steeds meer mensen omarmd.  Station Eindhoven is een lichtend voorbeeld, maar ook de verbouwing van station Tilburg. Hoewel de laatste ingrijpender is veranderd – een nieuwe passage biedt hier nu ook toegang vanuit de voormalige achterkant van het station – zijn het allebei voorbeelden van stations die vanuit de oorspronkelijke principes doorontwikkeld zijn. “Als OV Machine zijn ze ‘gepimpt’ en in capaciteit opgevoerd: klaar voor de groeiende reizigersstromen. Maar ze ogen nog steeds als een mooie oude solex”, stelt Loos.   

Blijft het bij Tilburg en Eindhoven? Waarschijnlijk niet. De potentie ligt er ook in Venlo en Zutphen maar ook bij veel kleinere stations zoals in Den Helder en Heemstede Aerdenhout. Hier is de waarde van het naoorlogs erfgoed net zo groot. Voor Miguel Loos is het duidelijk: “In Eindhoven hebben we laten zien hoe we stations kunnen vernieuwen met behoud van de naoorlogse waarde en charme. Ik ben ervan overtuigd dat we in de komende jaren ook elders mooie resultaten kunnen boeken.”