Bouwsculpturen perrongebouwStation Nijmegen

In de Tweede Wereldoorlog raakte het Station Nijmegen aan de stadkant zwaar beschadigd. Na een ingrijpende renovatie bleven enkele delen van het oude station bewaard. Hierdoor beschikt station Nijmegen twee gezichten. Aankomende reizigers zien op het zogenaamde perronplein de negentiende-eeuwse façade in neorenaissance stijl van architect Cornelis Hendrik Peters. Reizigers die vanuit de stad richting het station gaan, zien de architectuur van Van Ravesteyn, die na de oorlog het stationscomplex renoveerde.

Zeven leeuwen

De oude perrongevel oogt als een rustige, statige wand. Het meest in het oog springend is het beeldhouwwerk van Emil Bourgonjon. Hij maakte zeven consoles in de vorm van zittende leeuwen. Zij dragen de spanten van de perronkap. De leeuwen zijn gehakt uit grijs natuursteen. Ze hebben hun bek half opengesperd. Hun manen ogen woest en hun scherpe klauwen grijpen om de voet van de console. De leeuwen worden ter hoogte van hun middel omsnoerd door een ornament dat lijkt op een baldakijn of een mantel. Op de band is in reliëf een keten van schakels gebeeldhouwd. Daaronder hangen draperieën van textiel. Alle leeuwen verschillen onderling op enige details in de uitwerking.

Kopjes

Aan de gevel bevindt zich een cordonlijst waaronder een reeks keramische kopjes van leeuwen en mensen is aangebracht. De mensen dragen verschillende hoofddeksels. Hun haardracht en gelaatstrekken verschillen. De serie van zes herhaalt zich een aantal malen. Mogelijk vertegenwoordigen de mensfiguren andere volkeren waarmee handelgedreven kan worden; volkeren die onderling met elkaar verbonden zijn dankzij de spoorwegen. Dit thema is ook terug te vinden op de voorgevel van station Amsterdam Centraal.
Op de gevel bevinden zich verder nog enkele hardstenen bouwsculpturen die mogelijk ook gemaakt zijn door Emil Bourgonjon of zijn atelier. Zo is boven een van de vensters is een sluitsteen voorzien van een manshoofd. Het is een grotesk figuur met priemende ogen en veel krullende hoofd- en gezichtsbeharing.

Emil Bourgonjon

Emilius Alphonsius Franciscus (Emil) Bourgonjon (1841-1921) groeide op in België in een beeldhouwersfamilie.  Na zijn opleiding aan de Académie des Arts in Rijssel (Lille) trok hij naar Nederland. Hij werd chef van het atelier van firma Pierre Cuypers & Frans Stoltzenberg in Roermond. In 1880 vestigde hij zich met zijn eigen atelier in Den Haag. Hij werd bekend door zijn beeldhouwwerken aan gebouwen. Zo werkte hij nauw samen met de architecten van het Rijksmuseum in Amsterdam (Pierre Cuypers, 1885) het Utrechtse Academiegebouw (Eugen Gugel en Ferdinand Jacob Nieuwenhuis, 1894) en het postkantoor in Amsterdam (C.H. Peters 1899).

 

Bronnen

SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Nijmegen, 2012.