BielissadeStation Ommen

In de jaren ‘70 van de vorige eeuw maakte Nanno Benninga maar liefst 70 objecten van bielzen, op en rond een veertigtal Nederlandse stations. Ze markeren een tijdsbeeld. Zelf sprak Benninga graag van bielissades of bielolisk. De bielissades voorzagen in de behoefte aan ontmoetingsplekken.

Het werk is exemplarisch voor de omgevingskunst die vanaf de jaren ’70 in zwang kwam. Samen met bureau Stedenbouw, architecten en districtschefs van de Nederlandse Spoorwegen ontwierp Benninga de omgeving van wel veertig stations. De objecten varieerden van wandkunst gedecoreerd met spoorspijkers en bouten, zitjes van buffers, bestrating van losplaatskeien, keermuurtjes, tot wanden en banken van bielzen. Veel fietsenstallingen op stations kregen een afscheiding in de vorm van bielzenwanden. Waarschijnlijk is het wandobject in Ommen het laatst overgebleven werk van Benninga. Veel andere bielissades zijn bij de herinrichting van stationsgebieden verloren gegaan. Hierbij werden veel kleine stations vervangen door halteplaatsen, voorzien van een standaardinrichting.

Nanno Hendrik Benninga (1906-1991) was van 1939 tot 1958 directielid bij de Bijenkorf. Na zijn pensionering begon hij met het maken van kunstzinnige bouwsels. In Crailoo, vlakbij Benninga’s woonplaats Laren, bevond zich een houtbereidingsinrichting van de spoorwegen. Hier werd beukenhout verwerkt tot dwarsliggers, die ook ‘bielzen’ worden genoemd. Van afgekeurde dwarsliggers en ijzerwaren maakte Benninga een markering voor de entree. Ook richtte hij een bielstuin in. In navolging hiervan kreeg hij van de Nederlandse Spoorwegen meer afgedankte materialen. Eerst ging hij aan de slag in zijn eigen tuin. Al snel volgde een opdracht om kunstwerken te gaan maken voor stations in het hele land. De eerste werken maakte hij voor de stations Ommen en Nijverdal. 

Bronnen

www.railtrash.jalbum.net
C. Wilkens, V. Lansink, T. de Rijk, E. Lentjes, Ontwerpen aan het spoor. 175 Jaar spoor, Rotterdam, 2014, p. 44.