Anton PhilipsStation Eindhoven

In het plantsoen, recht voor station Eindhoven staat een bronzen standbeeld van Anton Philips. Oswald Wenckebach maakte een sober standbeeld van de man die het gloeilampenfabriekje van zijn vader en oom wist uit te bouwen tot een grote onderneming. Philips is van grote waarde geweest voor de groei en ontwikkeling van Eindhoven. Het bedrijf droeg onder meer zorg voor de huisvesting, ontspanning en opleiding van de medewerkers: van Philips-scholen, een Philipsbibliotheek en een Philips-ontspanningscentrum tot een Philips Sport Vereniging.

Anton Philips staat afgebeeld met het hoofd licht gebogen. Hij draagt een halflange jas en houdt zijn hoed in zijn linkerhand. Het beeld is in 1949 gemaakt: het jaar waarin Anton Philips zijn 75e verjaardag vierde. Het beeld werd in mei 1951 feestelijk onthuld ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de fabriek. Later dat jaar stierf Anton Philips. 

In de halfhoge granieten sokkel zijn teksten en wapens gegraveerd. Aan de voorzijde staat te lezen: “EINDHOVEN / AAN / DR A.F. PHILIPS”. Aan de zijkanten zijn de stadswapens van Zaltbommel en Eindhoven aangebracht. Zaltbommel is de geboorteplaats van Anton Philips. Aan de achterzijde staat 1874-1951: zijn geboorte- en sterfjaar.

Oswald Wenckebach

Ludwig Oswald (Oswald) Wenckebach (1895-1962) studeerde aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem en de Tekenacademie van Wenen. Hij werkte aanvankelijk als kunstschilder, lithograaf, etser en houtsnijder. In 1920 vernietigde hij al zijn kunstwerken nadat hij besloot zich te gaan toeleggen op de beeldhouwkunst. Bekende werken staan in het Arnhemse park Sonsbeek (het monument voor Lorentz uit 1931) en op de Coolsingel in Rotterdam (Monsieur Jacques uit 1959). Wenckebach was ook actief als penningmaker. Zo maakte hij de kop van koningin Wilhelmina op de munten uit 1948 en het Verzetskruis 1940-1945. Wenckebach was buitengewoon hoogleraar aan de Technische Hogeschool van Delft en regelmatig betrokken bij restauraties van gebouwen. 

Bronnen

Algemeen Handelsblad, 15 mei 1951.