Bert Dirrix stelt zich voor

Presentatie Bert Dirrix

 

Beste mensen, directie van ProRail en NS, collegas van het Bureau Spoor­bouwmeester. Ook voor mij is dit bijzonder. Ik sta aan het begin van een nieuwe uitdagende fase in mijn carrière.

De functie van spoorbouwmeester vervullen is een zeer eervol verzoek. Ik heb even de tijd genomen en gekregen om goed na te denken of ik deze taak passend vond bij mijn verlangens en competenties. Drie zaken zijn doorslaggevend geweest om volmondig “ja” te zeggen: het spoorbeeld verder vormgeven, verbindingen leggen en de uitdaging aangaan.

Op alle drie ga ik graag in.

Het Spoorbeeld verder vormgeven

Voor mij biedt het Spoorbeeld en de rol van Bureau Spoor­bouwmeester daarin een inspirerend en helder kader voor de vormgeving van de spooromgeving in de meest brede zin.

Ik word van het Spoorbeeld vooral enthousiast door de ambitie en het optimistische perspectief die daaruit spreken. Het is een door ProRail en NS breed gedragen belofte. Een belofte die ik graag verder wil versterken en vormgeven. Dat maakte ik kenbaar in de gesprekken met Prorail en NS en dat vertrouwen heb ik ook teruggekregen.

Samenwerken en verbinden  

Het tweede punt dat voor mij doorslaggevend was, is samenwerken, verbinden. Ik ben geboren en opgegroeid in Hoensbroek, onder de rook van imposante mijncomplexen die als eerste architectonische verwondering mijn keuze voor architectuur zeker hebben bepaald. Ik studeerde aan Eindhoven aan de TU/e, doceerde daar als hoogleraar en heb inmiddels meer dan 30 jaar in Eindhoven een eigen bureau voor architectuur en stedenbouw. 

30 jaar van hard werken aan een brede oeuvre, 30 jaar werken aan professionalisering en tegelijkertijd ervaren dat die professionalisering, die kennis en inzicht, verbreding en verdieping, vooral ontstaan door samenwerking.  Door kennis te delen, vermenigvuldig je inzicht. Zoals het spoor plaatsen met elkaar verbindt, zo wil ik met het Bureau Spoor­bouwmeester verbindingen leggen met de diverse stakeholders. daarbij gaat het vertrouwen en het creëren van een gezamenlijk doel.

En samenwerking is de sleutel voor het bereiken van het gezamenlijk doel. Ik word enthousiast van het aangaan van multidisciplinaire allianties. Vanuit een besef dat dit de meest constructieve en effectieve weg is in onze netwerkmaatschappij, de weg om gemeenschappelijke ambities waar te maken. Je bent niets zonder een ander. Niet als mens, niet als organisatie.

Als architect en adviseur voel ik me comfortabel bij een visie die de (eind)gebruiker centraal plaatst. Dat past prima bij de intenties van Spoorbeeld die gericht zijn op de beleving van de zelfstandige reiziger. een beleving die geweldig is geëvolueerd.

Mijn reiservaring met het spoor is in korte tijd veranderd. Ik ga naar het station. Check in door mijn OV-kaart aan te bieden bij de scanner, een elektronisch bord wijst mij naar het perron, ik stap in met al mijn mobile devices op zak en ga aan het werk. Misschien komt de controleur nog even langs in de coupe. Maar ook zijn of haar rol is veranderd. “Zijn er nog vragen?”, is wat ik hem hoor zeggen.

Mijn reis is absoluut directer en efficiënter geworden, ik gebruik de trein als een verlenging van mijn dagelijkse bezigheden, werk en privé . alles evolueert , de directe menselijke contacten zijn anders geworden en de omgeving uitdagender, comfortabeler  en veiliger en ook commerciëler  Kortom de kwaliteit van de omgeving speelt een belangrijke rol bij de beleving van de reiziger. Die omgeving geeft de bedding, de context. Die bepaalt dat het station geen anonieme ruimte wordt maar een plaats waar het goed toeven is met een aangename verblijfskwaliteit. daaraan in samenwerking en samenspraak sturing aan geven, dat past mij.

De uitdaging 

Het derde punt: de uitdaging. Als bureau diederendirrix hebben we vele bijzondere gebouwen mogen realiseren. Sinds de jaren negentig steeds meer binnen de opgave van transformatie. De transformatie van gebouwen, vaak industriële monumenten als de Witte Dame, werd onze specialiteit. Voor veel van de gebouwen hebben wij onderscheidingen mogen ontvangen.

Ook ben ik betrokken bij de herontwikkeling van overwegend in onbruik geraakte industriële terreinen zoals Strijp R tot de recente transformatie van grootschalig commercieel vastgoed. De opgedane expertise en ervaring heb ik ingezet in verscheidene supervisor-schappen in de binnenstedelijke transformatie-opgaven onder andere in Venlo, Utrecht en Arnhem.

Transformatie zien we ook bij de uitdaging waar het Bureau Spoor­bouwmeester voor staat. Van een aankomst- en vertrekpunt worden de stationslocaties steeds meer bestemmingen.  ( bij een eerste globale verkenning) Daarbij zien we locaties die commercieel zeer interessant zijn. Voor andere dreigt leegstand. We moeten dus opnieuw nadenken over de functionaliteit, over de gewenste dynamiek. Het gaat dan niet meer over stations alleen. In vrijwel alle stedenbouwkundige plannen komt het woord Spoorzone voor. De ambities verschillen, maar altijd gaat het over het versterken van de dynamiek, en over de betekenis  en  waarde van het spoor en het station voor de identiteit van de stad.  Het herbestemmen, het versterken van die locatie vind ik een interessante en actuele uitdaging.

Dus: Vragen die me boeien zijn: Hoe gedragen mensen zich in het publieke domein? Hoe is de interactie tussen mensen en tussen mensen en hun omgeving?

Kortom: van het pure ontwerpen voel ik mij steeds meer aangetrokken tot een andere fascinatie, namelijk: de verantwoordelijkheid nemen voor het publieke domein. Meewerken aan het grootse publieke kunstwerk van ons land, de Spoorwegen, beschouw ik dan ook als een inspirerende nieuwe bestemming in mijn professionele loopbaan. Een kroon op mijn carrière.

De uitdaging en opgave als spoorbouwmeester passen bij me.