Opgebroken logo

Achtergrond

Het Spoor: traditie en achtergrond

Het spoor in Nederland kent een lange en rijke geschiedenis. Pragmatisch en functioneel aangelegd, is in de negentiende en vroeg twintigste eeuw een landelijk dekkend netwerk ontstaan. Dit netwerk heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de maatschappelijke en economische ontwikkeling van Nederland. Op basis van deze functionele basis is in ruim 150 jaar tijd een rijke spoorcultuur ontstaan. Deze bestaat bij gratie van – soms harde – ontmoetingen en koppelingen tussen techniek, natuur, landschap, stad en andere infrastructuur. Het is de basiskwaliteit van het Nederlandse spoor. De rijke geschiedenis is ook op diverse andere plekken terug te vinden. Neem bijvoorbeeld de vele historische stationsgebouwen, oude spoorbruggen en de wijze waarop spoor en landschap op verschillende plekken in het land bijna één geheel zijn geworden. Het huidige spoor, haar omgeving en historie reiken talloze kansen en kwaliteiten aan. Ze zijn een belangrijke inspiratiebron bij de grote (maatschappelijke) opgaven waarvoor het spoor staat. Bovenal kunnen ze van betekenis zijn voor het versterken van het comfort en de beleving van de reiziger. Bureau Spoor­bouwmeester is zich bewust van de rijke geschiedenis en al dan niet verborgen kansen en kwaliteiten: van de techniek en pragmatiek en de daaruit gegroeide spoorcultuur.

Institutioneel ontwerp

De discipline architectuur heeft altijd een centrale rol gespeeld binnen het spoor. Architecten zijn en waren betrokken bij de bouw van stations, de aanleg van kunstwerken, ingrepen in het landschap en diverse andere bouwwerken rond het spoor. De rol van ontwerper was dermate groot dat zij hoe langer hoe meer in vaste dienst van de spoorwegmaatschappijen kwamen werken, met de functie van Spoor­bouwmeester als exemplarisch voorbeeld. Naast de architectonische discipline, kent het spoor ook een kenmerkende vormgevings- en design traditie. Deze is geworteld in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Samenvallend met het moderniseringsplan Spoorslag 70 werd een nieuwe huisstijl ontwikkel die, ‘van vlag tot treinstel’, de Nederlandse Spoorwegen van een nieuw imago zou voorzien: modern, met allure en marktgericht. De afdeling design werd verantwoordelijk voor de vormgeving van reisinformatie, bewegwijzering, spoorboekjes, spoorvertrekstaten etc. In de jaren zeventig breiden de designwerkzaamheden zich uit naar het industrieel ontwerp. Designers werden nu ook betrokken bij de ontwikkeling van materieel, het interieur van treinen en de ontwikkelingen van meubilair. Organisatorisch was de design discipline onderdeel van verschillende afdelingen; van NS Design, de afdeling Vormgeving (deel van NS Corporate Communicatie) tot het huidige Bureau Spoor­bouwmeester. Net als de discipline architectuur heeft het design een centrale positie in het Spoorbeeld: het samenhangende beleid op diverse schaalniveaus voor ontwerpopgaven binnen het spoor.

De Spoor­bouwmeesters

Koenraad van der Gaast

Koenraad van der Gaast (1923 - 1993) studeerde in 1941 en van 1945 tot 1949 bouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft, waar hij behoorde tot de meer progressieve beweging waarvan Cornelis van Eesteren en Jo van den Broek de kopstukken waren. Hij studeerde af bij Van den Broek en werkte vervolgens bij architectenbureau P.J. Koster in Zeist. Hij combineerde dat met een functie als medewerkend architect op het architectenbureau van de Nederlandse Spoorwegen, dat destijds nog onder leiding stond van Schelling en Van Ravesteyn. In 1953, na het terugtreden van Schelling en Van Ravesteyn, nam Van der Gaast het roer over. Hij wordt wel beschouwd als de eerste Spoor­bouwmeester nieuwe stijl omdat hij als eerste het gehele Nederlandse netwerk onder zijn hoede had. Bovendien ontwikkelde hij als hoofd van het architectenbureau van de NS vanaf zijn aanstellingsjaar een eigen visie op het stationsgebouw. Zijn eerste grote project was het station van Eindhoven, dat in 1956 werd voltooid.

Cees Douma

Van 1950 tot 1957 studeerde Cees Douma (1933) bouwkunde aan de TU Delft. In 1960 kwam hij in dienst bij de NS. Onder Van der Gaast was hij als architect verantwoordelijk voor een groot aantal stations, waaronder Emmen (1965), Etten-Leur (1965), Heerhugowaard (1967), Weesp (1967), Rotterdam Lombardijen (1968) en Gorinchem (1971). In 1975 nam hij het stokje over van Van der Gaast en gaf hij leiding aan de afdeling Gebouwen, Stedenbouw en Vormgeving bij de NS. Douma’s architectuur laat een ontwikkeling zien die duidelijk samenvalt met de veranderende cultuur binnen de spoorwegen. Onder invloed van beperkte budgetten en bezuinigingen kenmerkten veel oudere stations zich door soberheid. Dat veranderde na 1980, mede door het aantrekken van een nieuwe generatie architecten. Zijn laatste stationsontwerp is dat van Leerdam (1987). In 1990 werd Douma’s functie onder invloed van reorganisaties geherwaardeerd tot Bouwmeester NS. In 1995, nog tijdens het Spoor­bouwmeesterschap van Cees Douma, werd de NS gesplitst. De exploitatie van de stations werd voor het grootste deel bij de NS ondergebracht. Het beheer en onderhoud van het spoor, de perrons en de transferruimten kregen een plek bij ProRail. Na de splitsing werd in 1996 binnen NS Corporate Communicatie een afdeling Vormgeving opgericht. Douma werd als Spoor­bouwmeester verantwoordelijk voor de corporate vormgeving; een taak die tot dat moment onderdeel was geweest van NS Design. Vanaf dit moment ontwikkelt het Spoor­bouwmeesterschap zich van architect van stations tot een breder gepositioneerde regisseur van ontwerpopgaven binnen de spooromgeving. Naast industriële- en grafische vormgeving werd architectuur een van de vormgevingsdisciplines binnen de nieuwe afdeling. Naast Douma speelden adviseurs Niels Greif en Geertje Ponjée een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het Spoor­bouwmeesterschap.

Harry Reijnders

Na het vertrek van Cees Douma als Spoor­bouwmeester werd Harry Reijnders (1954) benoemd als Bouwmeester NS. Reijnders (1954) was daarvoor al geruime tijd actief binnen de spoorsector. In 1983 kwam hij in dienst bij het ingenieursbureau van de NS, het huidige Movares. Naast architecten als Peter Kilsdonk en Rob Steenhuis was hij onder Douma in de jaren tachtig van de vorige eeuw verantwoordelijk voor een nieuwe generatie stations. Zo ontwierp hij onder meer het stationsgebouw van Amsterdam Sloterdijk (1986). In 1993 en 1996 volgden respectievelijk de stations Rotterdam Blaak en Leiden Centraal. De functie van NS-bouwmeester bekleedde hij tot april 1998.

Marius F.M. Reichert

Als opvolger van Harry Reijnders trad Marius F.M. Reichert (1935-1999) aan als Spoor­bouwmeester. Tot op dat moment had hij reeds een lange carrière bij het spoor achter de rug die begon in 1981 als hoofd van het architectenbureau van Articon. Daarvoor werkte hij onder andere als architect bij DHV. Na de fusie van Articon met Heidemij in 1998, waaruit Arcadis ontstond, ging hij gedeeltelijk met vervroegd pensioen. Voor twee dagen in de week bleef hij werkzaam binnen de sector als de nieuwe Spoor­bouwmeester. Marius F.M. Reichert bekleedde de functie maar kort. Hij overleed plotseling, in 1999,nog geen jaar na zijn aanstelling.

Rob Steenhuis

In 2001 werd door de directies van NS en ProRail Bureau Spoor­bouwmeester opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor beide partijen. Spoor­bouwmeester Rob Steenhuis (1949), die als architect bij het ingenieursbureau van NS reeds lange ervaring had opgedaan met het ontwerp van stationsgebouwen, kreeg de leiding. Onder hem werd het Spoorbeeld opgezet en kwam de eerste versie van de Spoorbeeldgids tot stand. Zijn werk concentreerde zich op beleidsvoorbereiding en advies. Hij speelde een belangrijke rol bij het agenderen van de identiteit van het reizen per trein en de identiteit van de spoorsector als geheel. Onder Rob Steenhuis en in samenwerking met de toenmalige Rijksbouwmeester Jo Coenen werd tevens begonnen met de integrale benadering van de Nieuwe Sleutelprojecten (NSP): de zes grootschalige ontwikkelingsplannen voor de stations Amsterdam Zuidas, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht en de koppeling van deze stations aan het Europese Hogesnelheidsnet.

Nathalie de Vries

Nathalie de Vries (1965) studeerde Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. In 1991 richtte ze samen met Winy Maas en Jacob van Rijs het architectenbureau MVRDV op. Enkele van haar eerste werken waren de televisiestudio Villa VPRO en de WoZoCo’s. De Vries was onder meer gastdocent aan de Technische Universiteit van Berlijn, het Berlage instituut in Rotterdam, de ABK in Arnhem en de TU Delft. Daarnaast was ze lid van de raad van bestuur van het Nederlands Architectuurinstituut. Op 1 augustus 2005 nam De Vries de functie van Spoor­bouwmeester over van Rob Steenhuis. Onder haar regie kwam onder andere De Collectie tot stand: vijftig stationsgebouwen als cultureel erfgoed van de spoorwegen in Nederland. Naast haar inzet voor het spoorerfgoed, speelde ze een belangrijke rol bij de implementatie van het Spoorbeeld. Centraal onderdeel waren ook de Nieuwe Sleutelprojecten (NSP). Ze was een drijvende kracht achter de brede NSP overleggen met projectpartijen, rijk en architecten over de kwalitatieve uitgangspunten voor het ontwerp van de NSP stations in aanvulling op de standaard functioneel technische programma’s van eisen. Bij één station bleef zij ook na haar terugtreden als Spoor­bouwmeester betrokken: Station Breda, een ontwerp van haar opvolger Koen van Velsen.

Koen van Velsen

Koen van Velsen (1952) startte in 1977 zijn gelijknamige architectenbureau in Hilversum. Hij ontwierp onder meer het gebouw van de Nederlandse Film en Televisieacademie in Amsterdam, megabioscoop Pathé in Rotterdam, het gebouw van het Commissariaat voor de Media in Hilversum en het station Breda dat nu in aanbouw is. Hier behartigt Nathalie de Vries de taken van Bureau Spoor­bouwmeester. Van Velsen ontving diverse prijzen voor zijn werk, waaronder de Mart Stam prijs 1989 van de gemeente Amsterdam, de Rietveldprijs voor het Universiteitsmuseum in Utrecht (1997), de BNA-kubus 2002 en diverse prijzen voor revalidatiecentrum Groot Klimmendaal bij Arnhem (o.a. gebouw van het jaar 2010, de Hedy d’ Ancona prijs voor excellente zorgarchitectuur en een van de zes finalisten van de Mies van de Rohe award). Sinds 1 januari 2009 vervult hij de functie van Spoor­bouwmeester. Hij combineert dit met zijn werkzaamheden voor zijn eigen architectenbureau. Met bijzondere aandacht voor de integrale aanpak van ontwerpopgaven zet hij zich als Spoor­bouwmeester in voor een betere aansluiting van stations op de omgeving en de betekenis van stations binnen de context. Daarnaast heeft hij veel aandacht voor het ruimtelijk beeld van het gehele spoor, het station als knooppunt en de impact die de spoorinfrastructuur heeft op de omgeving en op de reizigers. Binnen dit kader nam hij het initiatief tot verbreding van het Spoorbeeld naar de stationsomgeving, het spoor, de spooromgeving en de trein zelf.